ZONDAG

De tocht begon vroeg, en was inderdaad prachtig. De landschappen trokken in vele schakeringen voorbij. Het vele bruin in zijn duizenden tinten was overheersend. We reden kennelijk steeds langs bergketens. Steeds waren de bergen op de achtergrond aanwezig. Onk reed onvermoeibaar door dit prachtige land. We namen steeds kleinere wegen. De laatste 20 kilometer onverhard en vooral stoffig. Alles in de bus rammelde luidruchtig, eigenlijk al 400 kilometer, maar de laatste kilometers wel erg luidruchtig. Daar treffen we bij een zijweg onze gastheer en gastvrouw aan met hun bakkie (Pick-up truck). Ze gidsen ons de laatste paar kilometers over wegen die waarschijnlijk hun eigendom zijn. Alles is hier enige maten groter.

Manja en Radi van Rensburg hebben hier hun eigen vallei, waar ze zich hebben gespecialisserd in het verbouwen van fijne groenten, die – nadat ze in alle vroegte is geplukt – binnen 24 uur in Londen of Parijs wordt verkocht en nog eens 24 uur later wordt geserveerd in de ‘betere restaurants’.
Zoals altijd gaan de euritmisten op zoek naar de kleedkamer en de technici op zoek naar de elektrische aansluiting. Via de telefoon wisten we dat we op een boerenbedrijf zouden komen. En dat er krachtstroom aanwezig was. Maar ik had mijn fantasie over wat we aan zouden treffen niet erg geactiveerd. Dat is overigens geen al te slechte gewoonte als je toch geen enkele invloed meer kan uit oefenen op wat je te wachten staat.
Het bleek dat we een grote schuur ter beschikking hebben die voor de gelegenheid is uitgeruimd en geveegd. Als zitplaatsen zijn tientallen kratten voorhanden, vooral oranje kleurig, terwijl de zwarte kratten dienst doen voor de verduistering. We delen de ruimte naar onze wensen in en gaan op zoek naar de krachtstroom. De kast is 25 meter van ons punt. Dat is net te doen. We openen de kast, leggen onze aantekeningen ernaast om ‘de truc’ van de krachtstroomaansluiting te voltrekken. Maar helaas, de kast heeft vier polen en ons schema en onze draad kent 5 draden. We bellen met de Southern Lightning voor advies. Het is zondag rond de klok van 12 en ik tref Robin (via de zegeningen van de GSM) aan in een kennelijke tuinparty. Gezellige achtergrond geluiden met veel glasgerinkel. Probleem voorgelegd, oplossing gekregen en Robin bedankt met excuus voor de zondagse storing. Aansluiting gemaakt volgens schema, waarna alle zekeringen in het dimmerpack het begeven. Kortom geen dimmer meer. We hebben nog 45 minuten voor de voorstelling. We maken in alle haast een noodplan, met vaste lichten, op het gewone stroomnet en wisselen de kleurfilters met de hand. Raymond links, ik rechts. Beide branden we onze vingers duchtig aan de hete lampen.
Tussen al onze technische besognes door is het publiek binnen gekomen. Een vrachtauto met een laadklep vol pluksters. Lokale, zwarte vrouwen die vast bij Radi werken. Zij hebben zich mooi gemaakt, mooiste kleren aan en giechelen met elkaar wat af. Kinderen zijn thuisgelaten bij het manvolk. Dat was niet de bedoeling voor de voorstelling, maar het is hun dag. Als we ze al niet hadden zien aankomen, 40 vrouwen achterop de vrachtauto, dan hadden we ze kunnen horen. Zingend en dansend springen van de laadklep en gaan met z’n allen volledig op in hun traditionele dans op eigen gezang en een fluitje. Een swingender en sfeervoller entree van je publiek kan je je niet voorstellen.

Deze vrouwen maken het merendeel uit van ons publiek. Later komen er nog een aantal bij. Overigens wordt het publiek gevormd door de familie Radi in drie generaties met aanhang van links en rechts,buren en bekenden, waaronder uiteraard de pionierster kleuterleidster die net een paar maanden voor ons uit is aangekomen. Gelukkig zijn er toch nog twee rijen met kinderen. Voor de pluksters wordt, in hun eigen taal, door Radi een korte inleiding over het verhaal gegeven, waarna de voorstelling begint.
Bij de eerste tonen van piano en fluit (Schumann) daalt er een bijzondere stemming over de zaal. Dit is eigenlijk altijd zo, maar hier is het wel heel bijzonder. De swingende wereld van de zwarte dansers maakt plaats voor een andere cultuur. Dan nog euritmie erbij. Het publiek doet spontaan met de euritmische bewegingen mee. Maar de pluksters corrigeren elkaar en onderdrukken hun nabootsingdrang.
Het verhaal trekt in al zijn kleuren en inventiviteit aan hun voorbij. De leeuw levert gegiechel op. De draak wordt met ongeloof ontvangen. Ik denk dat iedereen van ons zich besefte dat het merendeel van het publiek de tekst niet kon volgen en dat de beelden uit het verhaal de herkenningspunten moesten zijn op de inleiding. We zijn in de loop der jaren veel vreemde zalen tegen gekomen. Maar deze schuur spande wel de kroon. Door zijn basale eenvoud, grove vloer, beperkte belichting, moeizame op- en afgangen en een matige piano, vroeg deze ‘zaal’ om extra inzet. En die was ook voelbaar. Een voorstelling die meer pantomimische kracht had dan alle andere van het Weeskind en de Vogelvrouw.
Sietske Verheijden speelde met overgave het Weeskind. Door haar vakkundigheid met maken van het maskers voor trollen, draken, spinnen, vogels, vissen etc. was zij ook vaak in trollen, of reuzenrollen te vinden. Ik vond het een mooie afwisseling haar nu in deze hoofdrol te zien. Alle acquisitie en organisatie ligt al jaren in haar handen. Zij maakt de afspraken, zorgt voor alles om de voorstelling heen en heeft daar een hele klus aan. Hoe ze dat met een baan en een gezin weet te combineren!
Na de voorstelling wordt er nagepraat en dan pakken de pluksters de draad weer op. Als dankbetuiging, aan zowel hun baas Radi als aan ons, wordt nog eens gezongen en gedanst. Het kost even tijd en overleg voordat ze het met elkaar eens zijn, maar dan gaan ze ook wervelend van start. Schumann en de Vogelvrouw zijn weer weg. De zaal is weer voor de pluksters.
Nadat we alles hebben ingeruimd voor de terugreis, worden we bij Radi en Manja uitgenodigd voor de maaltijd. Ze hebben op zo’n 700 meter hun woonhuis met uitzicht over de vallei. En 150 meter verder en 30 meter hoger is het huis van de nieuwe kleuterjuf in aanbouw. Het uitzicht daar is nog mooier. We bewonderen hun stek en de manier waarop ze het voor elkaar hebben. De rust en de stilte maken zich langzaam van ons meester. We nemen een beetje weemoedig afscheid van ons ‘gastgezin’. We worden nog lang nagezwaaid. Het begint te donkeren en we moeten nog 400 kilometer. Een lange tocht, met water in de dieselolie(tank) wat tot 150 km hokkerig rijden leidt en vooral een onzeker gevoel oproept of de motor het niet helemaal op zal geven. Een extra stop bij het eerste servicestation om alle dieselolie te verversen brengt opluchting. De schoolbus wordt trouw door Onk gestuurd en rammelt luidkeels door de nacht met al onze attributen en technieken. De meeste reisgenoten slapen ondanks alles in hun stoel.

lees verder...